Wat is het verschil tussen ‘echter’ en ‘maar’?

Beide woorden gebruik je om een tegenstelling aan te geven in een zin. Echter komt vooral in geschreven taal voor en is dan ook wat formeler dan maar.

Waar echter en maar qua gebruik in verschillen, is de plaats in de zin.

Maar
kun je alleen aan het begin van een zin zetten of als voegwoord tussen twee (deel)zinnen in:
Maar dat is wél goed nieuws!
Je hebt vaak sombere berichten, maar dat is wél goed nieuws!

Echter kan op verschillende plaatsen in de zin staan (hoe meer naar rechts in de zin, des te leesbaarder de zin is):
Dat echter is wél goed nieuws!
Dat is echter wél goed nieuws!
Echter kan ook helemaal vooraan in de zin staan (en staat dan als het ware ‘los’ van de rest van de zin). Er moet dan altijd een komma achter:
Echter, dat is wél goed nieuws!

Bedenk goed of je echter of maar gebruikt in je zin. In de meeste gevallen leest een zin met maar prettiger. Kies je wél voor echter, let er dan op dat je het op de goede plaats in de zin zet.

Zet echter en maar in elk geval nooit samen in één zin (Maar dat is echter wél goed nieuws!). Dat is dubbelop en dus fout :-).

This entry was posted in Tips and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.