Vergeet ‘hen’ en ‘hun’, gebruik ‘ze’!

Wie worstelt er niet wel eens mee: moet ik nou ‘hen’ gebruiken, of ‘hun’?

Wat denk je hiervan? In de meeste gevallen kun je in plaats van ‘hen’ of ‘hun’ ook gewoon ‘ze’ gebruiken! Zeker als je tekst niet zo heel formeel is.

Kijk maar:
Ik geef ze een boek. (In plaats van Ik geef hun een boek.)
Wij gaan met ze op vakantie. (In plaats van Wij gaan met hen op vakantie.)
Het levert ze niets op. (In plaats van Het levert hun niets op.)
Jij motiveert ze met je verhaal. (In plaats van Jij motiveert hen met je verhaal.)

Vind je dit toch ‘te makkelijk’, dan zijn er natuurlijk wel regels voor het gebruik van ‘hen’ en ‘hun’.

Na een voorzetsel gebruik je bijvoorbeeld altijd ‘hen’, en nooit ‘hun’. ‘Hun’ gebruik je alleen als je het kunt vervangen door een voorzetsel(groep) + ‘hen’.

Dus het is:
Ik geef het boek aan hen en Ik geef hun het boek.

Op de site van Onze Taal vind je een uitgebreide lijst met werkwoorden en uitdrukkingen waarbij je ‘hen’ gebruikt en werkwoorden en uitdrukkingen waarbij je ‘hun’ gebruikt. Als je twijfelt en toch niet voor de ‘ze-variant’ wilt kiezen, kun je daar altijd even spieken!

En onthoud nog één ding: gebruik nóóit hun als onderwerp van een zin:
Hun hebben dat gedaan. Neeeeee ;-)!

This entry was posted in Tips and tagged , , , , , . Bookmark the permalink.