‘Jou’ of ‘jouw’?

We leren het verschil tussen jou en jouw allemaal al op de basisschool, maar toch gaat dit nog best vaak mis.

Jou is een persoonlijk voornaamwoord, net als bijvoorbeeld ik, mij, hij, hem, zij, haar, wij, jullie en zij. Je duidt er een persoon mee aan. Een persoonlijk voornaamwoord kan je combineren met een voorzetsel:

  • Ik doe dit met jou.
  • Hij geeft dit aan jou.
  • Dit boek is van jou.

Jouw is een bezittelijk voornaamwoord, net zoals mijn, zijn, haar, ons/onze, jullie en hun. Je drukt ermee uit dat iets van iemand is (een bezit dus). Een bezittelijk voornaamwoord kan je niet combineren met een voorzetsel:

  • Dit boek is van jouw -> fout
  • Dit is jouw boek -> goed (‘het is van jou’)

Als je toch een keer twijfelt tussen jou of jouw kan je het proberen te vervangen door hem of zijn:

  • Dit boek is van hem. (persoonlijk voornaamwoord, dus: van jou)
  • Dit is zijn boek. (bezittelijk voornaamwoord, dus: jouw boek)

In sommige gevallen kan je jou of jouw ook simpel vervangen door je:

  • Ik doe dit met je.
  • Dit is je boek.
  • Hij geeft dit aan je.

Maar let op: dat kan alleen als de klemtoon in de zin ergens anders op ligt! Mét klemtoon, is het altijd jou of jouw.

This entry was posted in Tips and tagged , , , , . Bookmark the permalink.