‘Ik typ’ of ‘ik type’?

Het werkwoord typen spreek je op z’n Nederlands uit (je zegt ‘tiepen’ en niet ‘taipen’). Daarom vervoeg je het ook als een gewoon Nederlands werkwoord. En schrijf je dus: ik typ.

Weet je nog, grammatica ;-)? Je neemt eerst de stam van het werkwoord (= het hele werkwoord min -en). In dit geval is dat typ. Vervolgens vervoeg je het werkwoord net zoals je dat met bijvoorbeeld het werkwoord pakken zou doen:

Ik typ (ik pak), jij typt (jij pakt), hij typt (hij pakt), wij typen (wij pakken), ik heb getypt (ik heb gepakt).

Bij werkwoorden als hypen of skypen ligt dat anders. Qua uiterlijk lijken ze erg op typen, maar er is een verschil. Dat zit ‘m in de uitspraak. Hypen en skypen komen uit het Engels en worden ook zo uitgesproken (je zegt ‘haipen’ en ‘skaipen’). Om dat aan te geven is de stam van het werkwoord daar hype en skype. Met een e op het eind.

Deze werkwoorden vervoeg je dus als volgt:
Ik hype/skype, jij hypet/skypet, hij hypet/skypet, wij hypen/skypen, ik heb gehypet/geskypet

This entry was posted in Tips and tagged , , , , , , , , . Bookmark the permalink.