‘Dichtbij’ of ‘dicht bij’?

Als het zelfstandig naamwoord waar dicht()bij naar verwijst erachter staat, schrijf je dicht bij als twee losse woorden: Die man staat dicht bij die vrouw.

Staat het zelfstandig naamwoord er niet achter, dan schrijf je het aaneen: Die man staat (er) dichtbij.

This entry was posted in Tips and tagged , , , , , , , . Bookmark the permalink.