‘Citotoets’ of ‘Cito-toets’?

Deze week is het weer zover: de Cito-toets moet worden gemaakt. Maar hoe schrijf je dat woord nou precies? Aan elkaar of los? Met of zonder streepje? En hoe zit het met de hoofdletters? Als je googelt kom je allerlei varianten tegen.

Cito (afkorting voor Centraal instituut voor toetsontwikkeling) schrijf je om te beginnen met één hoofdletter (en niet met vier). Dat is de schrijfwijze van de naam van het instituut nu eenmaal (kijk maar op de website).

De combinatie Cito en toets is een samenstelling. Die schrijf je meestal aan elkaar. Citotoets, zou je dus denken. Op de website van Onze Taal staat het ook op deze manier.

Maar volgens het Groene Boekje (de officiële spelling) is het Cito-toets met een streepje. Cito is een letterwoord; dat is een afkorting die je als een woord uitspreekt (je zegt Cito en niet C-i-t-o (letter voor letter)). Als zo’n letterwoord uit één of meer hoofdletters bestaat, schrijf je een streepje in een samenstelling. Cito-toets is dus de juiste schrijfwijze volgens onze officiële spelling.

Misschien is jouw zoon of dochter op dit moment ook wel de Cito-toets aan het maken. Veel succes gewenst :-)!

Extraatje om in de sfeer te komen (of te blijven ;-)):
De C-i-t-o: Cito-toets (Kinderen voor Kinderen)

This entry was posted in Tips and tagged , , , , , , , , , , , . Bookmark the permalink.