Checklist bij het nalezen van je tekst

Bijna niemand schrijft in één keer een perfecte tekst. Echt niet. Toch wil je graag een foutloze nieuwsbrief versturen, een webtekst waar geen slordigheidjes meer in zitten of een bedrijfsbrochure die er niet alleen gelikt uitziet, maar die ook qua tekst tiptop in orde is.

Het is daarom echt de moeite waard om je tekst, voordat je deze publiceert of verstuurt en nadat je ’m even hebt laten rusten, nog een keer goed na te (laten) lezen.

Ja, denk je nu misschien, allemaal leuk en aardig met dat nalezen. Maar waar moet ik dan precies op letten? Een logische vraag. En daarom heb ik voor jou een lijstje samengesteld dat je tijdens het nalezen naast je tekst kunt leggen. Een soort checklist.

Op dat lijstje staan dingen die vaak misgaan of die mensen lastig vinden in onze taal. Dingen waar je extra op bedacht moet zijn bij het nalezen van je tekst.

Het lijstje is niet heilig, wellicht kun je ’t zelf nog aanvullen. Zie ’t als een hulpmiddel. Een hulpmiddel waarmee jij jouw foutloze tekst kunt schrijven! Hieronder vind je de lijst. Helemaal onder aan dit artikel kun je de verkorte checklist op 1 A4’tje downloaden. Handig om naast je te hebben liggen bij het nalezen van je tekst!

———————————————————————————————————-

Checklist bij het nalezen van je tekst:

1. Staan er geen type- en spelfouten in je tekst?
Natuurlijk kun je de spellingcontrole in Word gebruiken, maar vertrouw hier niet blind op. Gebruik vooral je eigen verstand ;-). Bij twijfel kun je Het Groene Boekje raadplegen. De online variant hiervan vind je op www.woordenlijst.org.

Dingen die vaak misgaan en dus extra aandacht verdienen, zijn bijvoorbeeld:

  • Samenstellingen: los, aan elkaar of met koppelteken?
    Dit vinden veel mensen lastig en het ís ook lastig. Woorden die bij elkaar horen, schrijf je meestal ook gewoon aaneen. Check bij twijfel gewoon Het Groene Boekje of de site van Onze Taal. Zorg er bij webteksten wel voor dat je lange samenstellingen vermijdt. Vaak kun je ze vervangen door een omschrijving.
  • Hoofdlettergebruik
    Veel mensen hebben de neiging om vaak hoofdletters te gebruiken. Terwijl dat lang niet altijd hoeft of juist is. Meestal niet zelfs. Zoek het bij twijfel even op in Het Groene Boekje.

2. Is er consistentie in kopjes, namen, titels en opsommingen?
Stel je voor hoe storend of verwarrend het voor een lezer kan zijn als hij binnen één tekst dezelfde naam op drie verschillende manieren gespeld ziet. Of een hoofdstuktitel die in de inhoudsopgave net iets anders geformuleerd is dan in de tekst zelf. Of een opsomming die de ene keer bolletjes heeft en de andere keer streepjes.

Door dit systematisch na te lopen voorkom je zulke ‘ergernissen’.

3. Kloppen de feiten, werken alle links?
Vooral als het gaat om data of namen van personen of evenementen is het goed om een extra check te doen. Links moeten klikbaar zijn en op de juiste pagina uitkomen. Ook ná het publiceren van een tekst gaat dit laatste nog wel eens mis en blijken links ineens dood te lopen. Doe dus geregeld een steekproef.

4. Gebruik je de juiste interpunctie?
Kloppen alle punten en komma’s? Ben je er geen vergeten? Check ook de opsommingen! Kijk daarnaast of je aanhalingstekens op een juiste en consistente manier gebruikt.

5. Staan er geen dubbele spaties in de tekst?
Kleine moeite, groot effect: verwijder met behulp van de zoek-en-vervangfunctie eenvoudig alle dubbele (of driedubbele) spaties in je tekst.

6. Wat doe je met afkortingen?
Gebruik je niet onnodig afkortingen? En zijn de afkortingen die je wél gebruikt juist? (Te veel) afkortingen kunnen een tekst onrustig maken. Kies er daarom voor om afkortingen zo veel mogelijk voluit te schrijven.

Vaak kan voor een afkorting ook een ander woord of andere omschrijving gebruikt worden. Zo kan je in plaats van de afkorting ‘m.b.t.’ in veel gevallen bijvoorbeeld ook het woord ‘over’ of de uitdrukking ‘als het gaat om’ gebruiken.

7. Is de typografie in orde en consistent toegepast?
Zorg ervoor dat je tekst in één lettertype staat en kies een lettertype dat prettig leest.

Goede lettertypes voor papier zijn bijvoorbeeld Times New Roman, Garamond en Georgia (letters met ‘schreef’). Op het scherm werken ‘schreefloze’ letters als Arial, Verdana en Helvetica goed.

Wees voorzichtig met het vet of cursief maken van stukken tekst. Soms helpt het om een woord(groep) extra nadruk te geven, maar over het algemeen geldt: overdaad schaadt. Onderstreep tekst sowieso nooit (alleen hyperlinks)!

In teksten op websites werkt het vet maken van tekstdelen juist erg goed. Online lezen mensen namelijk scannend en je helpt ze daarbij door bepaalde stukken extra nadruk te geven. Ook het werken met witruimtes tussen alinea’s is voor de leesbaarheid van online teksten van belang.

8. Ontbreekt er geen informatie?
Met name in teksten die mensen uitnodigen iets te doen (bijvoorbeeld zich inschrijven voor een training) is het van groot belang dat alle cruciale informatie aanwezig is en ook duidelijk is. Je wilt immers dat mensen overgaan tot die ene actie (zich inschrijven voor jouw aanbod!). En niet dat ze met vraagtekens blijven zitten en afhaken.

Succes!
Ik hoop dat ik je met mijn tips op weg heb geholpen. En dat ik je het vertrouwen heb gegeven dat ook jij een foutloze tekst kunt schrijven. Natuurlijk: ieder z’n vak. Maar schrijven kun je leren. En foutloos schrijven ook :-). Download hieronder de checklist op 1 A4’tje, handig voor op je schrijfplek!

Checklist bij het nalezen van je tekst (A4). Ik wens je heel veel succes!
 

 

This entry was posted in Artikel, Tips and tagged , , , , , , . Bookmark the permalink.